Het statuut van de deskundigen

Wetsvoorstel tot invoeging van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen.

HOOFDSTUK 1: Algemene bepaling

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

HOOFDSTUK 2: Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering

Art. 2 (nieuw)

In artikel 44 van het Wetboek van strafvordering, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 maart 1998, worden het tweede en het derde lid opgeheven.

Art. 3 (nieuw)

In artikel 44bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 april 1958, wordt § 2 opgeheven.

Art. 4 (nieuw)

In artikel 282, eerste lid van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009, wordt de zinsnede “ten minste eenentwintig jaar oud, en doet hem, eveneens op straffe van nietigheid, de eed afleggen dat hij trouw het gezegde zal vertalen, dat moet worden overgebracht aan degenen die een verschillende taal spreken” opgeheven.

Art. 5 (vroeger art. 6)

In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 646 ingevoegd, luidende:

“Art. 646. Voor de in dit Wetboek bedoelde deskundigen, zijn de artikelen 991ter tot 991undecies van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing voor de taken die zij als gerechtsdeskundige uitvoeren.”.

HOOFDSTUK 3: Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek

Art. 6 (vroeger art. 3)

Artikel 978, § 1, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, wordt opgeheven.

Art. 7 (vroeger art. 4)

Artikel 985, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 december 2009, wordt opgeheven.

Art. 8 (vroeger art. 5)

Artikel 986, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2007, wordt opgeheven.

Art. 9 (vroeger art. 2 partim)

In het vierde deel, boek II, titel III, hoofdstuk VIII, afdeling VI, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 6 ingevoegd, luidende:
“Onderafdeling 6. De gerechtsdeskundigen”

Art. 10 (nieuw)

In onderafdeling 6, ingevoegd bij artikel 9, wordt een artikel 991ter ingevoegd, luidende:

“Art. 991ter. Behoudens de uitzondering bedoeld in artikel 991decies, zijn uitsluitend de personen die, op beslissing van de minister van Justitie, opgenomen zijn in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen, gemachtigd de titel van gerechtsdeskundige te voeren en bevoegd om opdrachten als gerechtsdeskundige te aanvaarden en uit te voeren.”.

Art. 11 (nieuw)

In dezelfde onderafdeling 6 wordt een artikel 991 quater ingevoegd, luidende:

“Art. 991quater. Worden opgenomen in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen, de natuurlijke personen die:

1° ten minste vijf jaar relevante ervaring gedurende een periode van acht jaar voorafgaand aan de aanvraag tot registratie aantonen in het domein van deskundigheid en specialisatie waarvoor zij zich als gerechtsdeskundige laten registeren;
2° onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of er wettelijk verblijven;
3° een door het gemeentebestuur van hun woon- of verblijfplaats afgegeven uittreksel uit het strafregister bedoeld in artikel 595 van het Wetboek van strafvordering voorleggen dat niet ouder is dan drie maanden; personen die niet over een woon- of verblijfplaats in België beschikken, leggen een gelijkwaardig document voor van de lidstaat van de Europese Unie waar zij hun woon- of verblijfplaats hebben;
4° niet veroordeeld zijn, zelfs niet met uitstel, tot enige correctionele of criminele straf, bestaande uit een geldboete, een werkstraf of een gevangenisstraf, behoudens veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer en behoudens veroordelingen die volgens de minister van Justitie kennelijk geen bezwaar vormen voor de uitvoering van onderzoeken in het domein van deskundigheid en specialisatie waarvoor ze zich als gerechtsdeskundige laten registreren. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op personen die in het buitenland tot een soortgelijke straf zijn veroordeeld door een in kracht van gewijsde gegane veroordeling;
5° ten overstaan van de minister van Justitie schriftelijk verklaren dat zij zich ter beschikking stellen van de
gerechtelijke overheden, die een beroep kunnen doen op hun diensten;
6° het bewijs leveren dat zij over de nodige beroepsbekwaamheid en juridische kennis beschikken;
7° ten overstaan van de minister van Justitie schriftelijk verklaren dat zij instemmen met de door de Koning op te stellen deontologische code, die minstens de principes van onafhankelijkheid en onpartijdigheid bevat;
8° de door ar tikel 991novies, § 1, voorgeschreven eed hebben afgelegd.”.

Art. 12 (nieuw)

In dezelfde onderafdeling 6 wordt een artikel 991quinquies ingevoegd, luidende:

“Art. 991quinquies. § 1. Het nationaal register voor gerechtsdeskundigen wordt door de minister van Justitie beheerd en op regelmatige tijdstippen bijgewerkt.

§ 2. Het register bevat de volgende gegevens:
1° de naam, de voornaam en het geslacht van de gerechtsdeskundige;
2° de contactgegevens welke de gerechtelijke overheden die een beroep kunnen doen op zijn diensten in staat stellen hem te bereiken;
3° de deskundigheid en de specialisatie waarvoor hij is geregistreerd;
4° de gerechtelijke arrondissementen waarvoor hij beschikbaar is.

Dit register kan vrij worden geraadpleegd op de webstek van de Federale Overheidsdienst Justitie.”.

Art. 13 (nieuw)

In dezelfde onderafdeling 6 wordt een artikel 991sexies ingevoegd, luidende:

“Art. 991sexies. Aan de gerechtsdeskundige die opgenomen wordt in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen, wordt door de minister van Justitie een identificatienummer en een legitimatiekaart uitgereikt, waarvan het model wordt vastgesteld bij koninklijk besluit.

Het identificatienummer wordt opgenomen in het eindverslag dat wordt bedoeld in artikel 978, § 1.

In geval van verlies van de titel van gerechtsdeskundige, of ingeval de gerechtsdeskundige er afstand van doet, wordt de legitimatiekaart onverwijld aan de minister van Justitie teruggegeven en wordt het identificatienummer in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen geschrapt.”.

Art. 14 (nieuw)

In dezelfde onderafdeling 6 wordt een artikel 991septies ingevoegd, luidende:

“Art. 991septies. § 1 Indien bij herhaling kennelijk ontoereikende prestaties worden geleverd of het gedrag of de handelwijze van de gerechtsdeskundige de waardigheid van de functie schaadt of aan de in artikel 991quater, 7°, bedoelde deontologie tekortkomt, kan de minister van Justitie, op voorstel van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg waar de betrokkene zijn beroepsactiviteiten uitoefent of op voorstel van de procureur des Konings en na kennis te hebben genomen van de opmerkingen van de betrokkene, bij een met redenen omklede beslissing diens naam tijdelijk of definitief uit het nationaal register voor gerechtsdeskundigen schrappen. De duur van de tijdelijke schrapping wordt afhankelijk van de ernst van de tekortkoming door de minister bepaald, zonder dat zij één jaar te boven mag gaan.

§ 2. Indien de betrokkene geen woon- of verblijfplaats heeft in België, kan de minister van Justitie op voorstel van de eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel of op voorstel van de procureur des Konings, tot de in
§ 1 bedoelde schrapping beslissen in dezelfde gevallen en op dezelfde wijze als in § 1 wordt bepaald.

Art. 15 (nieuw)

In dezelfde onderafdeling 6 wordt een artikel 991octies ingevoegd, luidende:

“Art. 991octies. Het in artikel 991quater, 6°, bedoelde bewijs wordt geleverd door het voorleggen aan de minister van Justitie van:

1° wat de beroepsbekwaamheid betreft, een diploma in het domein van deskundigheid waarvoor de kandidaat zich als gerechtsdeskundige laat registeren en een bewijs waaruit de vijf jaar relevante ervaring gedurende een periode van acht jaar voorafgaand aan de aanvraag tot registratie blijkt;
2° wat de juridische kennis betreft, een getuigschrift, waaruit deze kennis blijkt en dat is afgegeven door een door de Koning erkende onderwijsinstelling.”.

Art. 16 (nieuw)

In dezelfde onderafdeling 6 wordt een artikel 991novies ingevoegd, luidende:

“Art. 991novies. § 1. De kandidaat die voldoet aan de bij artikel 991quater, 1° tot 7° bepaalde voorwaarden legt in handen van de voorzitter van het hof van beroep van het rechtsgebied van de plaats waar hij zijn beroepsactiviteiten uitoefent of, in geval van uitoefening van de beroepsactiviteiten binnen een vennootschap, de rechter van de maatschappelijke zetel of van de hoofdplaats van vestiging van de vennootschap, de volgende eed af:

“Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk zal vervullen”, of
“Je jure que je remplirai ma mission en honneur et conscience, avec exactitude et probité”, of
“Ich schwöre, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen genau und ehrlich erfüllen werde”.

Deze eed is geldig voor alle opdrachten die nadien aan de betrokkene in zijn hoedanigheid van gerechtsdeskundige zullen worden toevertrouwd.

§ 2. De kandidaat die geen woon- of verblijfplaats heeft in België, legt de eed af in handen van de eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel.”.

Art. 17 (nieuw)

In dezelfde onderafdeling 6 wordt een artikel 991decies ingevoegd, luidende:

“Art. 991decies. Onverminderd artikel 991ter kan de gerechtelijke overheid die de opdracht geeft bij een met redenen omklede beslissing een deskundige aanwijzen die niet in het nationaal register van gerechtsdeskundigen is opgenomen, in de hierna genoemde gevallen:
— in spoedeisende gevallen;
— wanneer geen gerechtsdeskundige met de vereiste deskundigheid en specialisatie beschikbaar is;
— wanneer het nationaal register, gelet op de specifieke aard van het geschil, geen gerechtsdeskundige bevat die beschikt over de vereiste deskundigheid en specialisatie.

Enkel en alleen voor de hem toegewezen opdracht voert de in het eerste lid bedoelde deskundige voert de titel van gerechtsdeskundige. Hij ondertekent zijn verslag op straffe van nietigheid en zijn handtekening wordt voorafgegaan door de volgende schriftelijke eed:

“Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb”; of
“Je jure avoir rempli ma mission en honneur et conscience, avec exactitude et probité”; of
“Ich schwore, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen, genau und erlich erfüllt habe”.

In voorkomend geval wordt er van deze procedure, van de beweegredenen en van de naam en voornaam van de aangestelde deskundige melding gemaakt in de beslissing tot aanstelling of op het zittingsblad.”.

Art. 18 (nieuw)

In dezelfde onderafdeling 6 wordt een artikel 991undecies ingevoegd, luidende:

“Art. 991undecies. Gerechtsdeskundigen kunnen beslissen een opdracht niet te aanvaarden.”.

HOOFDSTUK 4: Wijziging van de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis

Art. 19 (vroeger art. 8)

Artikel 5, § 2, van de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis wordt vervangen door wat volgt:

Ҥ 2. Het psychiatrisch deskundigenonderzoek wordt uitgevoerd onder de leiding en de verantwoordelijkheid van een gerechtsdeskundige die werd opgenomen in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen overeenkomstig artikel 991quater van het Gerechtelijk Wetboek.
Het psychiatrisch deskundigenonderzoek kan uitgevoerd worden door een deskundige die niet in het nationaal register is opgenomen in de gevallen en op de wijze bepaald in artikel 991decies van hetzelfde Wetboek.”.

HOOFDSTUK 5: Bepalingen betreffende de beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken

Art. 20 (nieuw)

Behoudens de uitzondering bedoeld in artikel 27 van deze wet zijn uitsluitend de personen die, op beslissing van de minister van Justitie, opgenomen zijn in het nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, gemachtigd de titel van beëdigd vertaler, tolk of ver taler-tolk te voeren en bevoegd om de hen bij de wet toevertrouwde vertaal- of tolkwerkzaamheden te verrichten.

Art. 21 (nieuw)

Worden opgenomen in het nationaal register voorbeëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, de natuurlijke personen die:
1° ten minste 21 jaar oud zijn;
2° onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of er wettelijk verblijven;
3° een door het gemeentebestuur van de woonplaats of van de verblijfplaats afgeleverd uittreksel uit het Strafregister bedoeld in artikel 595 van het Wetboek van strafvordering kunnen voorleggen dat niet ouder is dan drie maanden; personen die niet over een woon- of verblijfplaats in België beschikken, dienen een gelijkwaardig document van de lidstaat van de Europese Unie waar zij hun woon- of verblijfplaats hebben, voor te leggen;
4° niet veroordeeld zijn, zelfs niet met uitstel, tot enige correctionele of criminele straf, bestaande uit een geldboete, een werkstraf of een gevangenisstraf, behoudens veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer en behoudens veroordelingen die volgens de minister van Justitie kennelijk geen bezwaar vormen voor de uitoefening van de functie van tolk, vertaler of vertaler-tolk. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op personen die in het buitenland tot een soortgelijke straf zijn veroordeeld door een in kracht van gewijsde gegane veroordeling;
5° ten overstaan van de minister van Justitie schriftelijk verklaren dat zij zich ter beschikking stellen van de
gerechtelijke overheden, die overeenkomstig deze wet een beroep kunnen doen op hun diensten;
6° kunnen aantonen dat zij over de nodige beroepsbekwaamheid en juridische kennis beschikken;
7° ten overstaan van de minister van Justitie schriftelijk verklaren dat zij instemmen met de door de Koning op te stellen deontologische code, die minstens de principes van onafhankelijkheid en onpartijdigheid bevat;
8° de voorgeschreven eed hebben afgelegd.

Art. 22 (nieuw)

Het nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken wordt door de minister van Justitie beheerd en op regelmatige tijdstippen bijgewerkt.

Het register bevat de volgende gegevens:
1° de naam, de voornaam en het geslacht van de vertaler, tolk of vertaler-tolk;
2° de contactgegevens welke de gerechtelijke overheden die overeenkomstig deze wet een beroep kunnen doen op zijn diensten in staat stellen hem te bereiken;
3° de proceduretaal en de andere taal of talen waarvoor hij zich heeft laten registreren;
4° de gerechtelijke arrondissementen waarvoor hij beschikbaar is;

De Koning bepaalt welke instanties deze informatie kunnen raadplegen.

Art. 23 (nieuw)

Aan de vertalers, tolken en de vertalers-tolken die opgenomen zijn in het nationaal register wordt, door de minister van Justitie, een identifi catienummer uitgereikt. Er wordt hen tevens een legitimatiekaart uitgereikt, waarvan het model bepaald wordt door de Koning.

Op alle met toepassing van deze wet gemaakte vertalingen wordt volgende vermelding aangebracht:

“Voor eensluidende vertaling ne varietur van het … naar het …. Gedaan te …, op …”, of
“Pour traduction conforme et ne varietur de la langue … vers la langue …. Fait à …, le …” of
“Für gleichlautende und ne varietur Übersetzung aus dem … ins … Gegeben zu …, den ….”,

gevolgd door het identifi catienummer, de naam en de titel.

In geval van verlies van de titel van beëdigd vertaler, tolk, of vertaler-tolk ingevolge een in artikel 24 bedoelde
beslissing van de minister van Justitie, of ingeval betrokkene er afstand van doet, wordt de legitimatiekaart onverwijld aan de minister van Justitie teruggegeven en wordt het identifi catienummer uit het register geschrapt.

Art. 24 (nieuw)

Indien bij herhaling kennelijk ontoereikende prestaties worden geleverd of het gedrag of de handelwijze van de vertaler, tolk of vertaler-tolk de waardigheid van de functie schaadt of de in artikel 21, 7°, van deze wet bedoelde deontologie, kan de minister van Justitie, op voorstel van de voorzitter van de rechtbank van de plaats
waar de betrokkene zijn beroepsactiviteiten of op voorstel van de procureur des Konings en na kennis te hebben genomen van de opmerkingen van de betrokkene, bij een met redenen omklede beslissing, diens naam tijdelijk of definitief uit het nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken schrappen. De duur van de
tijdelijke schrapping wordt afhankelijk van de ernst van de tekortkoming door de minister bepaald, zonder dat zij één jaar te boven mag gaan.

Indien de betrokkene geen woon- of verblijfplaats heeft in België, kan de minister van Justitie tot de in het eerste lid bedoelde schrapping beslissen op voorstel van de eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel of op voorstel van de procureur des Konings, in dezelfde gevallen en op dezelfde wijze als in het eerste lid wordt bepaald.

Art. 25 (nieuw)

Het in artikel 21, 6°, bedoelde bewijs wordt geleverd door het voorleggen aan de minister van Justitie van:

1° wat de beroepsbekwaamheid betreft, elk diploma dat is behaald of elk bewijs van relevante beroepservaring van minstens twee jaar die is opgedaan gedurende een periode van acht jaar voorafgaand aan de aanvraag tot registratie;
2° wat de juridische kennis betreft, een getuigschrift, afgegeven door een door de Koning erkende onderwijsinstelling waaruit deze kennis blijkt.

Art. 26 (nieuw)

§ 1. De natuurlijke persoon die voldoet aan de bij artikel 21, 1° tot 8°, bepaalde voorwaarden legt in handen van de voorzitter van het hof van beroep van het rechtsgebied van zijn woon- of verblijfplaats, na gunstig advies van de procureur des Konings, de volgende eed af:

“Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk zal vervullen”, of
“Je jure que je remplirai ma mission en honneur et conscience, avec exactitude et probité”, of
“Ich schwöre, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen genau und ehrlich erfüllen werde”.

Deze eed is geldig voor alle opdrachten die nadien aan de betrokkene in zijn hoedanigheid van beëdigd tolk, vertaler of vertaler-tolk worden toevertrouwd.

§ 2. De kandidaat die geen woon- of verblijfplaats heeft in België, legt de eed af in handen van de eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel.

Art. 27 (nieuw)

Onverminderd artikel 20 kan de gerechtelijke overheid die de opdracht geeft bij een met redenen omklede beslissing een vertaler, tolk of vertaler-tolk aanwijzen die niet in het nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken is opgenomen, in de hierna genoemde gevallen;
— in spoedeisende gevallen;
— wanneer er geen tolk, vertaler of vertaler-tolk beschikbaar is voor de betrokken taal;
— wanneer het nationaal register, gelet op de zeldzaamheid van de taal, geen vertaler, tolk of vertaler-tolk bevat die beschikt over de vereiste kennis van de betrokken taal.

De betrokkene bedoeld in het eerste lid voert de titel van beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk slechts voor de aan hem toegewezen opdracht. Hij ondertekent zijn verslag op straffe van nietigheid en voorafgegaan door de volgende schriftelijke eed:

“Ik zweer dat ik mijn opdracht nauwgezet en eerlijk vervuld heb”, of
“Je jure avoir rempli ma mission avec exactitude et probité”, of
“Ich schwöre dass ich den mir erteilten Auftrag genau und ehrlich erfült habe”.

In voorkomend geval wordt er van deze procedure, van de beweegredenen en van de naam en voornaam van de aangestelde vertaler, tolk of vertaler-tolk melding gemaakt in de beslissing tot aanstelling of op het zittingsblad.

HOOFDSTUK 6: Overgangsbepalingen

Art. 28 (vroeger art. 10)

Deskundigen die werkzaam zijn voor de gerechtelijke overheden voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, dienen uiterlijk vijf jaar na deze datum aan de bepalingen ervan te voldoen.

Art. 29 (nieuw)

Vertalers, tolken en vertalers-tolken die werkzaam zijn voor de bevoegde overheden voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, dienen uiterlijk vijf jaar na haar inwerkingtreding aan de bepalingen ervan te voldoen.

HOOFDSTUK 7: Inwerkingtreding

Art. 30 (nieuw)

Deze wet treedt in werking op de door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op de eerste dag van de vierentwintigste maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.