Déontologie & discipline

Verwar Discipline niet met Deontologie: in de pas lopen, dat is discipline. Gedachten vallen onder de deontologie.

Zonder gedisciplineerde organisatie kan niets verwezenlijkt worden. Discipline bestaat over de hele wereld. Ieder kan voor zich een eigen discipline uitvinden, maar als we willen samenleven, moeten we onszelf discipline opleggen. Consensus laat toe om de scherpe kantjes van ieder van ons glad te schaven. Tevens zal elk land, elke stad, elke vereniging, elke samenleving, elke corporatie moeten nadenken over de verplichtingen die de groepering zichzelf oplegt en over de vrijwillige, maar verplichte discipline die elk lid in acht moet nemen om niet gebukt te gaan onder sancties.

ABEX heeft ervoor gekozen om de inhoud van haar concept “discipline” niet te definiëren. Ze vloeit voort uit de Belgische wetgeving en uit de verplichtingen die vervat zijn in de statuten van de Beroepsvereniging. Het volstaat deze te lezen en toe te passen, en desnoods de leidende instanties van de ABEX te ondervragen.

Deontologieregels

De deskundige handelt met gepaste waardigheid en correctheid. Hij onthoudt zich van elke publiciteit betreffende zijn opdrachten.

Hij onthoudt er zich van om aankondigingen, reclames of aanbieding van diensten via kranten, aanplakbiljetten, uithangborden, of folders met de verwijzing naar ABEX te laten verschijnen als deze diverse reclames specialismen betreffen waarvoor hij niet werd aanvaard, zelfs indien dit zou gebeuren in het kader van een vennootschap waarvan hij de beheerder of hoofdzaakvoerder is.

Voor het verkrijgen van opdrachten onthoudt hij er zich van om stappen te ondernemen bij gevolmachtigden, zakenlieden of willekeurige bemiddelaars, die aanleiding geven tot het verlenen van commissies of kortingen op zijn honoraria of van andere voordelen van welke aard ook.

Indien hij lid is van een beroepsvereniging mag hij hier melding van maken, zonder zich echter te beroepen op de functies die hij in deze vereniging opneemt ten titel van persoonlijke publiciteit.

De deskundige handelt in eer en geweten en behoudt een absolute onafhankelijkheid, hij geeft aan geen enkele druk of om het even welke beïnvloeding toe. Hij kan met name geen rechtstreeks of onrechtstreeks persoonlijk belang in de oplossing van het geschil hebben.

De deskundige vervult zijn opdracht in het kader van de toepasselijke wetten, in volledige onpartijdigheid, hij maakt abstractie van zijn meningen, zijn voorkeuren en zijn betrekkingen met derden. Tijdens de verrichtingen maakt hij zijn persoonlijke mening nooit bekend, en beperkt zich tot objectieve vaststellingen. Hij mag evenwel, in een poging tot minnelijke schikking, en binnen het kader van zijn zending, aan partijen technische uitleg verstrekken of de adviezen verlenen die hij nuttig acht.

De deskundige stelt zijn erelonen vast in verhouding tot de moeilijkheidsgraad en de aard van de verrichtingen, de omvang van zijn verantwoordelijkheid en het belang van het geschil. Hij vervult zijn opdracht met een minimum aan kosten en uitgaven.

Indien de deskundigen een college vormen, brengt elkeen zijn kosten in, in verhouding tot zijn werkelijke deelname aan de werkzaamheden. Zelfs indien een gezamenlijk ereloon gevraagd wordt, kan hij geen dichotomie toepassen, dit wil zeggen de honoraria delen om een deskundige te vergoeden die een opdrachtgever aan een van zijn confraters aangebracht heeft.

De deskundige zal geen enkel geschenk, attentie of enig ander voordeel van partijen of derden ontvangen, anders dan de vergoeding welke hij op officiële wijze aangevraagd heeft ter vergoeding van de door hem geleverde prestaties, kosten en uitgaven.

Ten aanzien van zijn collega’s houdt de expert rekening met hun gerechtvaardigde voorkeuren bij het vaststellen van de datum voor de vergaderingen.

Indien hij, na overleg in het college, belast is met het opmaken van het expertiseverslag, geeft hij op objectieve wijze de verschillende meningen weer die door zijn collega’s naar voor gebracht werden.

De expert stelt zijn ervaring en kennis ter beschikking van zijn collega’s.

Onder voorbehoud van een voorafgaande toestemming van partijen, welke hij van de situatie op de hoogte bracht, zal de expert zich terugtrekken indien hij met een der partijen vriendschappelijke relaties heeft onderhouden, indien hij met een van hen een geschil heeft gehad, indien hij gemeenschappelijke of tegenstrijdige belangen heeft of indien hij reeds een advies heeft gegeven in dezelfde betwisting.

De expert doet de verrichtingen persoonlijk, hij kan zich niet door derden laten vervangen, ook niet door een confrater.

Wel kan hij zich, voor sommige materiële vaststellingen, laten bijstaan door helpers of medewerkers. De verrichtingen gebeuren dan onder zijn leiding, controle en verantwoordelijkheid.

Hij spant zich in om zijn opdracht te vervullen in een minimum van tijd , in overeenstemming met de aard van de zaak en ,behoudens hoogdringendheid, rekening houdend met de verplichtingen die hij reeds op zich heeft genomen om andere taken te vervullen.

De deskundige die een opdracht heeft aanvaard is verplicht deze volledig te voltooien. Indien hij nochtans in de loop van de expertise door overmacht of een gewettigde reden verhinderd is zijn opdracht te voltooien, brengt hij hiervan de partijen, hun raadslieden en de overheid die hem aanstelde, op de hoogte en vermeldt daarbij de redenen die hem beletten verder te gaan.

Hij doet al het nodige om de taak van zijn opvolger te vergemakkelijken.

Tegenover derden bewaart de deskundige absolute geheimhouding over al wat hij heeft gehoord of gezien in de loop van zijn deskundigenopdracht.

Hij kan slechts in akkoord met partijen verzaken aan de geheimhouding, of ook indien hij er wettelijk van wordt ontheven in het kader van zijn relatie met de magistraten, raadslieden en partijen.

De expert die door de overheid die hem aanstelde wordt opgeroepen, antwoordt sober maar nauwkeurig op de gestelde vragen.

Hij luistert sereen naar geuite kritiek, verdedigt onpartijdig zijn standpunt, waarbij hij kalm de vaststellingen uiteenzet die hij belangrijk acht en onthoudt zich van elke commentaar als zijn rapport niet gehomologeerd wordt.

Tuchtraad

Voorzitter : Luc GOLVERS
Ondervoorzitter : Michel STRICKLESSE

Binnen ABEX wordt een Tuchtraad opgericht bevoegd om de daden te beoordelen en te bestraffen van leden die de statutaire regels en reglementen van ABEX overtreden en/of die de morele of materiële belangen van ABEX of van een van haar leden zouden schaden.

Overeenkomstig artikel 13 van de statuten, kan een lid enkel uitgesloten worden door het Directiecomité van ABEX, dat dit slechts met 2/3 meerderheid van stemmen kan bekrachtigen en op advies van de Tuchtraad.

De Tuchtraad wordt om de 4 jaar verkozen tijdens de Algemene Statutaire Vergadering uit leden die sinds minstens 10 achtereenvolgende jaren als effectief lid zijn ingeschreven. De leden van het Directiecomité kunnen er geen deel van uit maken. Elk lid van de Tuchtraad dat toetreedt tot het Directiecomité treedt af in de Tuchtraad.

Uittreksel van het Organiek Reglement

In geval van een strafprocedure tegen een beticht lid, wordt de ABEX-procedure opgeschort tot het strafoordeel.

Iedere klacht tegen een lid van de ABEX moet ondertekend, gemotiveerd en schriftelijk geadresseerd worden aan de voorzitter van de Tuchtraad.

Deze Tuchtkamer is samengesteld uitdrie leden gekozen door de voorzitter van de Tuchtraad, waarvan minstens één lid, tenzij dit onmogelijk is, behoort tot dezelfde afdeling als de verdachte.

De Voorzitter van de Tuchtraad draagt de klacht over aan de Voorzitter van de Tuchtkamer die werd aangesteld om te zetelen.

De aldus samengestelde Tuchtkamer stelt een voorzitter aan. Het voorzitterschap wordt steeds waargenomen door de Voorzitter of, bij diens afwezigheid, door de Ondervoorzitter van de Tuchtraad in geval hij deel uitmaakt van de Kamer.

De leden van de Tuchtkamer kunnen om dezelfde redenen gewraakt worden als degene die in het gerechtelijk wetboek gelden voor de rechters en deskundigen. De Kamer spreekt zich uit over het verzoek tot wraking en de Voorzitter van de Tuchtraad voorziet in de vervanging van de leden van de Kamer die eventueel gewraakt worden.

De Tuchtkamer blijft samengesteld uit dezelfde leden tot de uitspraak van het vonnis of de vaststelling van het advies dat zij dient te geven. Indien één van de leden moet vervangen worden, moet het onderzoek van de zaak volledig hernomen worden.

De Voorzitter van de Tuchtkamer duidt tussen de leden ervan een Verslaggever en een Secretaris aan.
De Verslaggever is belast met het onderzoek van de zaak en moet er verslag over uitbrengen aan de Tuchtkamer binnen de dertig dagen na zijn aanstelling.

De Verslaggever van de Tuchtkamer aanhoort en neemt akte van de verklaringen van de aanklager en eventueel van de getuigenverklaringen. Overeenkomstig art. 39 van de statuten nodigt hij de beklaagde uit en aanhoort zijn verklaringen.

Hij ondertekend het proces verbaal samen met de gehoorde persoon. Indien de Tuchtkamer dit nuttig acht, kan zij advies inwinnen bij een Assessor van ABEX.

Zodra de Verslaggever het onderzoek van de zaak beëindigd heeft, adviseert hij hierover de Voorzittter van de Kamer en maakt het dossier over aan de Secretaris.

De Secretaris brengt het betichte lid er onmiddellijk van op de hoogte dat zijn dossier ter zijner beschikking is (evenals van zijn advocaat) op de zetel van ABEX, waar het na afspraak kan ingezien worden.

De uitnodigingen voor de zittingen moeten per aangetekende zending verstuurd worden, minstens veertien dagen op voorhand en ondertekend zijn door de Voorzitter van de Tuchtraad.

Het verdachte lid kan zich laten bijstaan door een advocaat of een ABEX-lid. Indien de verdachte niet verschijnt, wordt er bij verstek geoordeeld, behoudens in geval van overmacht. De Tuchtkamer beoordeelt de geldigheid van dit laatste en kan de zaak dan eventueel naar latere datum verplaatsen.

Op vraag van de verdachte of van ambtswege, gaat de Tuchtkamer over tot verhoor van de getuigen, die al dan niet hun getuigenis neergelegd hebben bij de Verslaggever. De aanklager kan als getuige gehoord worden.

Vooraleer te getuigen voor de Kamer leggen de getuigen de eed af.

De Tuchtkamer moet een gemotiveerd oordeel vellen. De Tuchtkamer kan aan het Directiecomité de vrijspraak of een strafmaatregel voor de inbreuken voorstellen onder de vorm van een waarschuwing, een berisping, een blaam, met of zonder uitsluiting van ABEX. Het vonnis is zonder mogelijkheid tot beroep, met uitzondering van hetgeen in artikel. 55 gezegd wordt.

Het vonnis en zijn volledige tekst worden aan het betrokken lid bekend gemaakt door de Secretaris.
Deze laatste brengt ter kennis van de aanklager dat het vonnis is geveld, zonder meer, en nodigt hem uit om er desgewenst kennis van te nemen onder de waarborgen voorzien in artikel. 63 van onderhavig reglement.

Deze bekendmaking dient te gebeuren binnen de week na de uitspraak van het vonnis en per aangetekende zending.

De betrokkene heeft het recht te vragen gehoord te worden door het Directiecomité vooraleer deze uitspraak doet.

De aanklager kan zich enkel tegen het vonnis verzetten bij het Directiecomité wegens procedurefouten of tegenstrijdigheden met onderhavig reglement die het vonnis kunnen beïnvloed hebben.

Het verzet op grond van procedurefouten moet aan de Voorzitter van ABEX gezonden worden binnen de veertien dagen na mededeling van het vonnis.

De vonnissen evenals de processen-verbaal van de zittingen worden door de Secretaris vastgelegd in een speciaal register met de beraadslagingen van de Tuchtraad. Deze documenten worden ondertekend door de voorzitter van de Tuchtkamer en de Secretaris.

De Voorzitter van ABEX die op de hoogte werd gebracht van het beroep brengt hiervan onmiddellijk de Algemene Secretaris op de hoogte en laat zich het inleidend dossier en het beraadslagingregister van de Tuchtkamer bezorgen.

Hij rapporteert aan het Directiecomité binnen de dertig dagen na het ontvangst van het beroep en in voorkomend geval na het advies van de juridisch Assessor te hebben ingewonnen en zowel klager als verdachte lid te hebben aanhoord.

De leden van het Directiecomité zullen zich, vooraleer de Voorzitter te horen, er toe verbinden geheimhouding te bewaren betreffende de beraadslaging en acteren dit formeel.

De gemotiveerde beslissing van het Directiecomité wordt toegevoegd aan het register van beraadslaging van de Tuchtkamer.

Als het Directiecomité oordeelt dat de in beroep ingeroepen middelen niet gefundeerd zijn, stuurt de Voorzitter het dossier en het register terug naar de Secretaris van de Tuchtkamer die het vonnis uitgesproken heeft.

Hij brengt samen met de Secretaris-Generaal het betrokken lid van de beslissing van het Directiecomité op de hoogte.

Indien echter het Directiecomité oordeelt dat het beroep gefundeerd is, vernietigt zij het vonnis en brengt de zaak opnieuw voor een anders samengestelde kamer en motiveert haar beslissing.

De Voorzitter brengt het dossier en het register opnieuw bij de Voorzitter van de Tuchtkamer die nieuwe leden van de Tuchtkamer aanduidt. Geen enkele van de leden die hebben gezeteld in de Tuchtkamer die heeft geleid tot een nietig vonnis mag deel uitmaken van de nieuwe Tuchtkamer opgeroepen om de zaak te behandelen.

Wanneer aan een vonnis kracht van gewijsde toegekend is door het Directiecomité, brengt de Secretaris van de Tuchtraad het register en zijn beraadslagingen opnieuw naar de Secretaris van het Directiecomité die de archieven bewaart op de zetel van ABEX achter gesloten deuren.

De Secretaris van het Directiecomité vernietigt het inleidend dossier, nadat hij zich ervan vergewist heeft bij de Voorzitter van ABEX dat geen enkel beroep werd aangetekend door de betrokkene.

Er mag geen kopie van het vonnis bezorgd worden aan derden noch aan de aanklager. Zowel de aanklager als elke betrokkene derde kunnen ten allen tijde mondelinge voorlezing van het volledige vonnis bekomen. Dit kan slechts gebeuren door de Voorzitter of Ondervoorzitter van de Tuchtraad.